De olijfoogst, het vloeibare goud!

Tikketakketikketakke, klinkt het door het dal. In de verte zie ik overal bij buren de voor mij zo bekende groene en bruine matten onder de olijfbomen liggen. De olijfoogst is in volle gang en alle familieleden worden opgetrommeld om te helpen met de oogst. De sterkste mannen dragen de ‘klapperhark’, zoals we deze voor het gemak noemen en tikken daar de olijven mee uit de bomen. Dan heb je de ‘klimgeiten’ die de boom in klauteren, uitgerust met zaagje en snoeischaar om te snoeien en de olijven te plukken die tussen de takken verstopt zitten.

De gesnoeide takken worden vanaf de grond door de overige helpers van hun olijven ontdaan. Hierna worden de olijven verzameld, takjes er tussenuit gehaald en verdwijnen de olijven in de daarvoor bestemde kistjes. Het is een eenvoudig proces en veroorzaakt in het begin veel spierpijn, maar het buiten bezig zijn met fijne mensen en veel gezelligheid met prachtige gesprekken is voor mij behalve natuurlijk heerlijke olijfolie heel veel waard. Met een groepje vrienden vliegen wij elk jaar naar Italië en zijn  er ook dit jaar weer druk mee.

Door het prachtige herfstweer lopen we hele dagen in de korte broek en in de pauzes zitten en liggen we in het gras onder de eeuwenoude olijfbomen. Wanneer met de schelle stem van buurvrouw Serafina in de verte “Mangiare!” door het dal galmt, weten we dat het niet lang meer duurt voordat de pasta op tafel staat. Vooruit.., voor de gelegenheid doen we er ook maar een glas wijn bij. Na de lunch zoekt iedereen een rustig plekje op om uit te buiken of om even in te dutten, om er later weer met volle kracht tegenaan te gaan.

De oogst is geweldig en we hebben veel plezier en gaan gestaag door met het ‘plukken’ van de laatste bomen. Na in totaal twee weken is de laatste boom gesnoeid en hangt er bijna geen olijf meer in de bomen.

Samen brengen we de laatste kisten gevuld met de prachtige olijven naar de perserij en is het moment aangebroken om onze eigen olijfolie te proeven. We scheuren een homp van het zoutloos brood dat ons aangeboden wordt en houden deze onder de straal goudgroene olijfolie die na het persen uit het enorme vat stroomt. De geur is fris en de smaak is zoals deze hoort te zijn, licht zoet en grassig met in de verte het o zo belangrijke pepertje. Terwijl we dit vloeibare goud, zoals de Italianen hun olijfolie trots noemen, nog van onze vingers likken, kijken wij elkaar glunderend aan. Yes, het is weer gelukt!